Profiel van het middenbestuur De provincie als bestuur dat tussen rijk en gemeenten opereert - en daarom als het middenbestuur wordt aangeduid – is regelmatig onderwerp van discussie. Vooral als op overheidsuitgaven moet worden bezuinigd. Juist dan wordt het nut van deze bestuurslaag ter discussie gesteld. Zoals in deze tijd. De afgelopen jaren is een stapel rapporten verschenen waarin het functioneren van de provincie als middenbestuur beschreven wordt of over de toekomst van deze tussenlaag wordt gefilosofeerd. De bekendste en meest recente rapporten zijn van Geelhoed (2002), Lodders (2008) en onlangs nog het heroverwegingsrapport over het openbaar bestuur van de commissie Kalden (2010). Door de provincies, landelijk verenigd in het Interprovinciaal Overleg (IPO), is gepoogd om het geluid van de provincies zelf te laten horen door het opstellen van een profiel van de provincie. Dit profiel geeft weer, wat volgens de provincies zelf de taken van de provincies zouden moeten zijn en wat er aan mogelijkheden zijn om het openbaar bestuur in het algemeen, en het middenbestuur in het bijzonder, efficiënter en beter te laten functioneren. De bestaansreden van de provincie blijkt in de visie van de provincies vooral te liggen in het voorbereiden van, besluiten over en tot uitvoering (doen) brengen van maatregelen in het ruimtelijk-fysieke domein; en daarnaast het vervullen van beperkte taken in het sociaal-culturele domein. Een dergelijke afbakening is in 2008 al onder woorden gebracht door de commissie Lodders en vormde toen de basis voor een akkoord tussen Rijk en Provincies over de invulling van bezuinigingen op het provinciefonds. Dat een provinciaal bestuur nut heeft staat voor de provincies zelf buiten kijf, al kan het allemaal wel beter en efficiënter. Het is duidelijk dat de komende jaren veel minder middelen beschikbaar gaan komen voor de taken die de provincies thans vervullen. Daarom wordt de komende tijd ook nagedacht over wat de kerntaken zijn van de provincie en hoe deze taken tegen zo laag mogelijke kosten kunnen worden uitgevoerd. Dit denken vindt binnen iedere provincie afzonderlijk plaats, omdat de provincies binnen het hierboven aangeduide brede profiel eigen accenten zullen willen leggen en voor een verschillende bezuinigingsopgave zullen staan. De provincie Noord-Holland staat in ieder geval voor de opgave, om vanaf 2011 voor een bedrag van ruim 40 miljoen euro per jaar besparingen te vinden in de provinciale begroting. Een opgave waardoor het onontkoombaar is om scherp voor ogen te hebben wat precies de taken van de provincie zijn. Hans van Straaten hans.vanstraaten@inter.nl.net |